Zes bijeenkomsten waren het in Utrecht, met tussendoor veel zelf lezen en doen, zodat de hele groep van ruim twintig museumwerkers zo’n tweeëneenhalve maand bezig was met sociale media. Sommigen intensief, anderen minder. Omdat er door het Centraal Museum al het nodige wordt gedaan met Twitter en Facebook ging het al met al goed rondzingen. Wie er nog niet van weet voelt zich in zo’n situatie gauw de behoefte meer kennis op te doen. En dat is heel aardig gelukt.
Wij kregen wat extra inkijkjes in de kinderactiviteiten, het dansproject, de voorbereidingen voor de Nijntje-tentoonstelling, de omgang met de Rietveldcollectie, en het museum als Utrechtse instelling. Er werden veel goede blogberichten geschreven, en de kritiek op sommige Dingen was ook niet van de lucht.
De afrondende discussie was lekker levendig. Vanwege de nadruk op marketing en PR bij sociale media zijn wij altijd blij als cursisten samenwerkingstools ontdekken en platforms om informatie te ordenen en te delen, zoals GoogleDocs, RSS en social bookmarking. Dat was deze keer goed uitgepakt. De meesten hebben gezien dat er op het web heel veel kan, en meer met minder moeite dan zij vermoedden. Waarbij overeind blijft dat inhoud door mensen geleverd moet worden en communicatie met wat voor medium dan ook zorg en onderhoud behoeft. Het museum kan echt niet twitteren!
Voor ons extra leuk was dat we onder een tipje van de sluier van de website-in-wording mochten kijken. Klein tipje maar hoor, en we gaan ook niks verklappen. Maar het klonk veelbelovend en we zijn erg benieuwd wat het precies gaat worden.
Een aantal cursisten hebben het bloggen nu zo in de vingers dat ze voor een specifiek doel een blog willen opzetten. Dat zijn mooie resultaten en wij zijn blij dat we het Centraal Museum een klein duwtje mochten geven.
Het ministerie van OCW wil graag dat Nederland goed vertegenwoordigd is in Europeana. Daarom is onlangs het project Digitale Collectie Nederland in Europeana gelanceerd. Erfgoedinstellingen worden aangemoedigd om hun collectie Europeana-klaar te maken en te integreren in het Europese erfgoedportaal.
Op een bijeenkomst in Keramiekmuseum Princessehof in Leeuwarden op 21 maart jl. voor musea en archieven in het Noorden vertelde Meindert Seffinga, directeur van het Fries Scheepvaartmuseum, dat het delen van je collectie lonend kan zijn. De collectie van het Scheepvaartmuseum in Sneek is geheel gedigitaliseerd en online beschikbaar. Sinds 2010 is de collectie ook te vinden via Google. Dat leverde een explosie van bezoekers en pageviews op, vertelde Seffinga. In 2009 trok de digitale collectie 23.825 bezoekers en in 2010, nadat Google was toegelaten tot de database, 308.853. lees verder »
Historisch Centrum Overijssel (HCO) is inmiddels bij Ding 14 over sociale catalogi aangekomen. HCO volgt 23 dingen voor archieven als voorbereiding op de lancering van de website MijnStadMijnDorp. lees verder »
Ook het Centraal Museum in Utrecht doet 23 dingen. Op 1 februari zijn we daar gestart met een versie die gezamenlijke cursusdagen combineert met een stevige dosis zelfstudie. De deelnemers werken in groepen van vier, en elk team schrijft over hun ervaringen met sociale media op een groepsblog.
Zes keer komen wij voor een uitgebreide werksessie bijeen, met elke keer een andere invalshoek. De ene bijeenkomst legt de nadruk op de dialoog met je publiek, de andere op kennisuitwisseling tussen professionals. Met als rode draad de mogelijkheden die het nieuwe web biedt om anders te werken – beter gezegd: samen dingen te doen, met collega’s en je publiek.
Tijdens de bijeenkomsten leggen we uit hoe verschillende toepassingen werken, en geven voorbeelden van hoe andere organisaties sociale media gebruiken. Kenmerkend voor het 23-dingen-concept is dat je leert door zelf te doen, en dus gaan de deelnemers ook tijdens de bijeenkomsten zelf aan de slag met de Dingen. Wij zijn er om waar nodig de weg te wijzen, maar natuurlijk helpen ze vooral elkaar.
Vliegende start
Bij de eerste bijeenkomst is er een vliegende start gemaakt met de groepsblogs, waarbij deelnemers de functionaliteiten van weblogs uitprobeerden en zich verdiept hebben in blogs van verwante instellingen. Volgende bijeenkomsten staan in het teken van omgaan met het publiek, publiceren op het web, en kennis uitwisselen met collega’s.
De bijeenkomsten duren vier uur en vinden om de twee weken plaats. In de tussenliggende periode werken de deelnemers zelfstandig aan de Dingen. Naast de gebruikelijke uitleg en oefeningen op de eigen cursussite krijgen de deelnemers van het Centraal Museum ook elke keer een groepsopdracht. Want zelfredzaamheid mag dan onontbeerlijk zijn op het nieuwe web, je moet er binnen een organisatie samen iets mee gaan doen. Ook daarvoor wordt in het cursustraject de basis gelegd.
Welke plannen er al doende ontstaan zal in april duidelijk zijn, als de cursus wordt afgerond. Het ziet er na de eerste bijeenkomst al veelbelovend uit.
Ergens halverwege begonnen we een beetje te twijfelen: met een grote groep waren we voor de zomer van 2010 van start gegaan bij het Amsterdams Historisch Museum, voor een uitgebreide 23 dingen cursus. In de zomermaanden deden we het rustig aan, omdat deelnemers om de beurt vakantie hielden en iedereen van mooie dagen wil genieten. In het najaar moest er wat steviger doorgewerkt worden, en dat bleek niet mee te vallen.
Zoals in zoveel musea houden de voorbereidingen voor tentoonstellingen en de publieksactiviteiten veel AHM medewerkers zeer druk bezig. Telkens zien we hoe iedereen zich de benen uit het lijf loopt voor nieuwe presentaties, en tja, de opening staat vast, het programma is bedacht, pers en gasten uitgenodigd, de publiciteitsmachine moet draaien – en dan blijkt er aan het eind van de dag, of van de week, niet steeds tijd te zijn voor de Dingen van de cursus.
Inhaalslag
In november dachten wij daarom nog dat een heel stel de eindstreep vóór de slotbijeenkomst niet zou halen. Maar wij hadden het mis: de laatste paar weken werden geestdriftig benut voor ongekende 2.0 activiteiten en die hielpen de grote meerderheid de finish over. Een fenomenale eindsprint!
Vlak voor de kerstperiode, op 15 december, konden we bijna alle deelnemers hun certificaten overhandigen. Met alles wat de AHM cursisten die laatste maanden en weken op het sociale web hebben bekeken en uitgeprobeerd gaat het Amsterdams Historisch helemaal bij de tijd het nieuwe jaar in.
Alle deelnemers bedanken wij voor hun inzet en feliciteren ze met het resultaat. We zullen het AHM nog veel tegenkomen op het sociale web.